Prenatale screening

Iedere zwangere krijgt in Nederland prenatale screening aangeboden. Je bent helemaal vrij in de keuze om hier wel of geen gebruik van te maken. Om voorafgaand aan je afspraak hierover na te kunnen denken, volgt hieronder alvast enige informatie. Wanneer je nog meer wilt weten over één van deze testen, geven wij je graag meer informatie tijdens je eerste afspraak.

De volgende prenatale onderzoeken zijn mogelijk:

Wat is de NIPT?
NIPT staat voor Niet Invasieve Prenatale Test en alle Nederlandse zwangeren krijgen vanaf 1 april 2017 de NIPT aangeboden. Deze test wordt vooralsnog uitgevoerd binnen een wetenschappelijke studie (TRIDENT-2) wat maakt dat je mee doet aan een onderzoek wanneer je voor NIPT kiest. NIPT is een onderzoek waarbij men bloed van de zwangere afneemt en onderzoekt. Het laboratorium onderzoekt het bloed op chromosoomafwijkingen bij het kindje en richt zich op het Down,- Edwards,- of Patausyndroom (dezelfde syndromen als bij de combinatietest).

Wie komt in aanmerking?
Het laboratorium kan ook andere chromosoomafwijkingen vinden bij het kindje, in de placenta (moederkoek) en zeer zeldzaam bij de zwangere zelf. Je beslist zelf wanneer je voor NIPT kiest en of je nevenbevindingen wilt weten. Uiteraard bespreken we bovenstaande informatie uitgebreid met je tijdens het intakegesprek op de praktijk. Meer over NIPT kunnen je lezen op de website van het RIVM. Op deze website vind je ook een keuzehulp die kan helpen bij het maken van een keuze wat betreft prenatale screening. De kosten van NIPT bedragen € 175,-. De zorgverzekering vergoedt de kosten zonder medische indicatie niet.

Wat is de 13 weken-echo?

De 13 weken echo wordt in het kader van een landelijke, wetenschappelijke studie ingevoerd, namelijk de IMITAS studie. Je kunt kiezen voor een 13 weken echo wanneer je meedoet aan deze studie.

Het doel van de 13 weken echo, ook wel het eerste trimester SEO, is om in een vroeg stadium van de zwangerschap te onderzoeken of je ongeboren kindje lichamelijke afwijkingen heeft. Ernstige afwijkingen – zoals een open schedeltje of groot defect in de buikwand – kunnen mogelijk al vroeg in de zwangerschap worden ontdekt. De 13 weken echo en 20 weken echo hebben hetzelfde doel. Ze vervangen elkaar niet, maar vullen elkaar aan. Het verschil is dat de 13 weken echo eerder in de zwangerschap plaatsvindt.
Hoewel het kindje rond 13 weken kleiner en minder ver ontwikkeld is dan rond 20 weken, zijn sommige (ernstige) afwijkingen wel te zien. Het komt regelmatig voor dat deze niet met het leven verenigbaar zijn. Als de echoscopist een afwijking vermoedt, kun je er voor kiezen om in de zwangerschap eventueel vervolgonderzoek uit te laten voeren. Ook heb je – vergeleken met de 20 weken echo – meer tijd om te bepalen wat je met de uitslag doet.  Het onderzoek duurt ca. 35 minuten en zal plaatsvinden bij ons echocentrum KeiK. Wanneer we een afwijking vermoeden, bespreken we dit met je. Om je vervolgens zo snel mogelijk door te verwijzen naar een specialist op het gebied van foetale echoscopie. Deze specialist zal het kindje nog een keer uitgebreid echoscopisch zal bekijken.

Beperkingen onderzoek
Soms kan het voorkomen dat echoscopisch onderzoek een afwijking doet vermoeden, maar dat ze vervolgens bij het vervolgonderzoek niets terugvinden of dat het niet ernstig blijkt te zijn.

Vanaf een zwangerschapsduur van 13 weken is uitgebreid echoscopisch onderzoek een betrouwbare methode om aangeboren afwijkingen vast te stellen. Over het algemeen is de kans groot dat men ook ernstige aangeboren afwijkingen ziet. Een enkele keer blijft een afwijking niet opgemerkt. Andere aandoeningen zoals chromosoomafwijkingen gaan vaak niet gepaard met afwijkingen die zichtbaar zijn bij uitgebreid echoscopisch onderzoek. Bewegingen van het kindje tijdens het echo onderzoek en een forse bouw van de aanstaande moeder kunnen het echo-onderzoek bemoeilijken. Het onderzoek is dan ook geen garantie dat je kindje gezond is.

Voor meer informatie verwijzen wij je naar de site van de RIVM

Wat is de 20 weken-echo?
Bij het structureel echoscopisch onderzoek tussen de 19e en 21e week van de zwangerschap beoordelen we de groei en de anatomie van het kind. Zo kun je een vroege groeivertraging of een anatomische afwijking ontdekken. Vóór die tijd is het kindje te klein om dat te kunnen bepalen. Aangeboren afwijkingen komen relatief weinig voor. Bij 2 tot 4 procent van de zwangerschappen stelt men voor of na de geboorte een meer of minder ernstige afwijking vast.

Anders dan bij een ‘gewone’ echo tijdens de zwangerschap (bijvoorbeeld om de duur van de zwangerschap vast te stellen) bekijkt men bij de 20 weken echo alle organen van het kindje nauwkeurig. Ook beoordeelt men het hoofdje, de romp en de ledematen. Het onderzoek duurt ca. 45 minuten en zal plaatsvinden bij echocentrum KeiK.  Wanneer we een afwijking vermoeden, bespreken we dit met je. Om je vervolgens zo snel mogelijk door te verwijzen naar een specialist op het gebied van foetale echoscopie. Deze specialist zal het kindje nog een keer uitgebreid echoscopisch zal bekijken.

Beperkingen onderzoek
Soms kan het voorkomen dat echoscopisch onderzoek een afwijking doet vermoeden, maar dat ze vervolgens bij het vervolgonderzoek niets terugvinden of dat het niet ernstig blijkt te zijn.

Vanaf een zwangerschapsduur van 18 weken is uitgebreid echoscopisch onderzoek een betrouwbare methode om aangeboren afwijkingen vast te stellen. Over het algemeen is de kans groot dat men ook ernstige aangeboren afwijkingen ziet. Een enkele keer blijft een afwijking niet opgemerkt. Andere aandoeningen zoals chromosoomafwijkingen gaan vaak niet gepaard met afwijkingen die zichtbaar zijn bij uitgebreid echoscopisch onderzoek. Bewegingen van het kindje tijdens het echo onderzoek en een forse bouw van de aanstaande moeder kunnen het echo-onderzoek bemoeilijken. Het onderzoek is dan ook geen garantie dat je kindje gezond is.

Voor meer informatie verwijzen wij je naar de site van de RIVM